composer

Mathilde Wantenaar

interview Trouw: Componiste Mathilde Wantenaar (25) wil vanuit waarheid en liefde componeren


Vijfentwintig jaar jong, en volop in het zadel. Na haar studie rustig een kijkje nemen in de grote boze wereld was er niet bij voor Mathilde Wantenaar, de agenda van de Amsterdamse componiste vulde zich fluks met de ene opdracht na de andere.


[...]


“Ik put uit mezelf als ik componeer. Mijn hoop en mijn inzet is om mijn beperkte zelf te overstijgen in wat ik schrijf, anders is het gewoon een pagina uit mijn dagboek”, zegt Wantenaar. “Ik wil een gevoel delen dat universeel is, waarin mensen zichzelf kunnen herkennen.

“Vanuit jezelf iets maken moet je vooral niet verwarren met zelfexpressie. Mensen zitten niet op mij te wachten, maar op een universele waarde die kwaliteit in zich draagt. Of ik dat allemaal kan, weet ik niet, maar ik probeer het bij ieder stuk opnieuw.”


[...]


“Ik wil op zo veel mogelijk manieren met muziek bezig zijn. Zelf muziek maken is cruciaal, weten hoe het voelt om muziek uit te voeren. Wat doe ik de musici aan, daar op dat podium? Ik hou van het zangerige, de stem, het lyrische. En ook van het lichte in Franse muziek, en van eenvoud, dat heb ik van mijn vader die jazzmusicus is.”


[...]


“Wanneer ik componeer, verdwijn ik van de radar en kan ik voor mijn vrienden zomaar een half jaar stilvallen. Een smartphone heb ik niet, de permanente berichtgeving van buitenaf vind ik moeilijk om te verwerken. Ik ben ook perfectionistisch, dat is een sterke kant en een valkuil tegelijkertijd. Alles wil ik in principe nauwkeurig en goed doen. Maar dan ook echt alles: een boterham smeren, daar doe ik heel lang over, opruimen, alles.

“Ik heb geen snelheid en kan niet uit de losse pols handelen. Mijn verantwoordelijkheidsgevoel is enorm. Dat heb je in dit beroep ook nodig. Componeren is een precisiewerkje, over ieder accent moet je nadenken, alles moet perfect uitgewerkt worden.”


[...]


Het perfectionisme van Wantenaar uit zich ook tijdens het gesprek. Geen enkel idee komt loos over, bij elke gedachte zet ze vraagtekens. “Ik maak het mezelf erg moeilijk, ja, klopt. Ieder woord vind ik lastig, alles is genuanceerder dan je in eerste instantie zou denken. Ook als het over muziek gaat.

“Relevant, actueel, innovatief: dat vind ik ingewikkelde woorden om toe te passen op kunst – en dus ook op muziek. Ik schrijf datgene op wat ik zelf als musicus graag voor mijn neus zou willen krijgen om uit te voeren. Ik heb het vertrouwen dat als ik op een integere manier iets schrijf waarvan ik overtuigd ben, dat het dan de moeite waard is om uitgevoerd te worden.”


“Het fundament waarop ik mijn leven wil baseren, is iets waar ik veel over nadenk. Schoonheid, waarheid, goedheid en liefde vormen voor mij de basis van waaruit ik wil handelen. Ook als ik muziek schrijf. Maar ik ben geen heilige, hoor. Ik loop niet permanent rond met een groot gevoel van liefde voor de buitenwereld. Ik kan totaal door het lint gaan en woedend worden op alles en iedereen om me heen. Dat gedicht van Gorter, ‘Dit zijn de bleeke, bleeklichte weken’, is mij op het lijf geschreven.

“Ik zou het leven niet willen missen, maar ik vind het ook niet alleen maar makkelijk. Ik verwacht niet dat er een punt komt in mijn leven waarop ik perfect gelukkig ben en dat dan voor altijd zal blijven. Als je een goede manier zoekt om in het leven te staan, zoek je een goede manier om om te gaan met de momenten waarop je je niet fijn voelt. Dat begint, denk ik, met het erkennen dat die momenten er mogen zijn, en dat er dan niets mis is met je. Tijdens mijn conservatoriumstudie heb ik een moeilijke periode gehad. Ik was de weg kwijt, bang, onzeker. Ik geloof dat ik nu een beetje geland ben.”


Lees hier het volledige interview, geschreven door Frederike Berntsen in Trouw.

Mathilde_PCC_VGilstPhotography_2 Lage kw